Zo werkt techniek.

Korte uitleg met interactieve voorbeelden. De schema’s vereenvoudigen de werkelijkheid en sturen geen echte installatie aan.

Multimeter: spanning, stroom en weerstand

Kies de juiste meetfunctie en aansluiting; begrijp wat de meter werkelijk toont.

INTERACTIEF VOORBEELDSIMULATIE

Het principe

Een digitale multimeter meet een grootheid en zet die om naar een getal. In de spanningsstand heeft de meter een hoge ingangsweerstand en meet hij het potentiaalverschil tussen twee punten. DC toont polariteit en grootte; AC toont doorgaans een effectieve waarde. Een true-RMS-meter kan niet-sinusvormige AC beter beoordelen binnen de opgegeven bandbreedte en specificatie. Voor stroom gaat de meter in serie in de stroomkring, met de rode kabel in de daarvoor bedoelde, gezekerde mA- of A-ingang. In weerstand- en doorgangsstand stuurt hij zelf een kleine teststroom door een spanningsloze kring. Een piep betekent slechts dat de gemeten weerstand onder een meterafhankelijke grens ligt.

Een voorbeeld

Bij een 24 V DC-voeding controleer je met V⎓ het potentiaalverschil tussen +24 V en 0 V. Een 1 kΩ-weerstand meet je pas wanneer de schakeling spanningsloos is; parallelle paden kunnen de aflezing veranderen. Kies in de animatie een meetfunctie en zie hoe de aansluiting en displaywaarde veranderen.

Let op

Meet nooit weerstand of doorgang aan een gevoede schakeling. Zet een meter in stroomstand nooit parallel over een spanningsbron: dat kan een kortsluiting veroorzaken. Controleer meetsnoeren, ingang, zekering en CAT/ingangsclassificatie tegen de werkelijke installatie.

Technische bron / documentatie ↗